1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 

agenda

literatuur over morgen
zo 29.03.2015 | 17:00 - 17:45
Muntpunt
Jean-Paul Van Bendegem
NL

marc reynebeau & jean paul van bendegem

Houdt de wetenschap rekening met literaire toekomstvoorspellingen? In Brave New World voorspelde Aldous Huxley de opkomst van genetica en antidepressiva. Welke andere uitvindingen uit sciencefictionromans zijn inmiddels ingeburgerd? Hoe staat het bijvoorbeeld met de teletijdmachine van H.G. Wells? Marc Reynebeau onderzoekt met wiskundige en filosoof  Jean Paul Van Bendegem wat sciencefiction de wereld te bieden heeft.


De Standaard der Letteren vroeg Jean Paul Van Bendegem alvast naar zijn vijf klassiekers in het genre:
 

Een lijstje opstellen van vijf bepalende werken in de sciencefictionsfeer is verleidelijk maar aartsmoeilijk. Het is mij niet gelukt. Mijn eerste keuze was te streng: ik wilde geen bekende werken, dus geen George Orwell, geen Aldous Huxley, geen Isaac Asimov, geen Arthur C. Clarke waardoor bijna niemand overbleef. Mijn tweede keuze was te gemakkelijk: neem atypische auteurs. Maar dat levert een vreemde selectie op die weinigen herkennen. Een beetje wanhopig heb ik dan maar beide gecombineerd. Het resultaat mag als eigenzinnig bestempeld worden en dus werd dit het uiteindelijke criterium: het zijn eenvoudigweg deze werken die mij doen nadenken over de 'condition humaine'.

1. Ik start met een klassieker uit 1818, Frankenstein van Mary Shelley, met de prachtige ondertitel De moderne Prometheus. Komt het Frankensteinthema ter sprake dan raad ik steeds aan om het origineel te lezen en niet alle afgeleiden - denk aan de talloze films - omdat zij al te vaak een essentieel element weggooien, namelijk het ethisch-morele probleem bij zowel Frankenstein als het monster. De gesprekken, dialogen en discussies gaan niet zozeer om de vraag of de mens zelf een mens mag maken en zo God naar de kroon steken. Het monster wil weten waarom Frankenstein hem heeft gemaakt als iemand die, hoewel lijkend op een mens, nooit een mens tussen mensen zal kunnen zijn. In die zin heeft hij een monster gebaard omdat de anderen hem zo zien, niet omdat hij het is.

2. Het is een niet gigantische sprong voorwaarts om terecht te komen bij H.G. Wells die in 1895 De tijdmachine ( The time machine) publiceert. Hij is een van de voor de hand liggende namen maar ik heb bewust niet gekozen voor The war of the worlds. De reden is dat de tijdmachine Wells toelaat om de huidige maatschappij te vergelijken met hoe het was en vooral hoe het zou kunnen zijn. Er komen geen buitenaardse wezens aan te pas maar de socialistische idealen van de Fabian Society zijn des te prominenter aanwezig.

3. Twee wereldoorlogen later publiceert Ray Bradbury zijn Fahrenheit 451, in mijn geboortejaar 1953. De titel verwijst naar de temperatuur waarop boeken verbranden. In een toekomstmaatschappij waarin boeken verboden zijn, rest er voor wie de inhoud toch wil bewaren maar één mogelijkheid: hem opslaan in het hoofd. Deze ode aan de orale traditie ontroert mij nog steeds. Hoe gesofisticeerd en technologisch geavanceerd onze samenleving ook moge zijn, aan onze kinderen vertellen we verhalen en ooit werd ons voorgelezen - wat een genot! Of, anders gezegd, het is de klank die onze initiatie betekent in (de taal van) het ondermaanse.

4. Aangezien humor nooit mag ontbreken, kan ik niet anders dan de volgende twee auteurs in mijn lijstje op te nemen. De eerste is Douglas Adams met zijn heerlijke Het Transgalactisch liftershandboek (The hitchhiker's guide to the galaxy), een 'trilogie in vijf delen', gepubliceerd tussen 1979 en 1992. Wie kent niet het verhaal van de supercomputer die als antwoord naar de ultieme vraag naar de zin van het leven, het universum en alles niet beter weet te bedenken dan het beruchte '42'. Het klinkt grappig maar het is echt wel meer dan dat. Nu nog plaag ik graag mijn studenten als ze mij de ultieme vraag stellen. Ik antwoord '42'. Uiteraard zijn ze niet tevreden maar dan hoef ik maar de tegenvraag te stellen, namelijk welk type antwoord hen wel zou bevredigen. Waarna het meestal stil blijft.

5. Nog meesterlijker is Kurt Vonnegut met zijn hilarisch-cynische roman De sirenen van Titan (The sirens of Titan) uit 1959. Een buitenaardse robot heeft panne met zijn ruimtetuig en strandt op Titan. Hoe kan de thuisbasis laten weten dat er een wisselstuk op komst is? Eenvoudig: gebruik de aarde en al haar onwetende bewoners om signalen te sturen zoals Stonehenge, de Chinese muur en het Kremlin. De gedachte dat alles wat zich op onze voorlopig nog blauwe planeet afspeelt alleen maar het 'spel' is van een buitenaardse cultuur is zo ontnuchterend dat je er moet mee lachen.

In geen geval wil ik suggereren dat er na 1959 niets meer gebeurd zou zijn maar ik heb wel iets te vaak de indruk dat de toekomst zo dicht bij het heden gekomen is dat het lijkt of het nu al morgen is. Met het risico alle perspectief te verliezen.

 

Het Literair Salon van Muntpunt heeft ingang via Grand Café, Leopoldstraat 2.

 

ORG. Passa Porta, Muntpunt

Foto: Bernadette Mergaerts

Bookmark and Share