Public message (26) Kenneth

Fikry El Azzouzi
17.06.2020
Fill 2 Created with Sketch. Author text
Ben Wiens Pr Eg Skqnr Iq Unsplash

‘Social distancing’ is wat Corona-experts adviseren, ‘social nearness’ is wat we met onze literaire ontmoetingen beogen. Passa Porta wil het contact met lezers en schrijvers niet verliezen en vraagt auteurs uit binnen- en buitenland om een persoonlijk ‘Bericht aan de bevolking’ vanuit hun schrijfkamer.

Fikry El Azzouzi schrijft romans, verhalen, columns en theaterstukken, waaronder Malcolm X, door De Standaard uitgeroepen tot ‘een breekpunt in de Vlaamse theatergeschiedenis’. Na zijn succesvolle romantrilogie rond het Vlaams-Marokkaanse personage Ayoub verscheen De beloning, een satirische roman over een martelaar-in-spe waarin El Azzouzi de draak steekt met zowel rechts als progressief links in België.

In dit korte verhaal voor Passa Porta dribbelt Fikry als een literaire Eden Hazard van corona naar voetbal, racisme en deernis in het zoete Land van Waas.

-

In coronatijden ging ik vaker op stap. Geen lockdownfeestjes tot een kot in de nacht maar lange wandelingen door de stad, iets wat ik vroeger zelden deed. Dat leek me toen veel te lang, te vervelend en te vermoeiend. Wandelaars die een gelukzalig gevoel krijgen bij een stevige trektocht of wanneer ze in een schaduwrijk park een eekhoorn met zijn staart zien kwispelen, vind ik maar aanstellers. Zoiets kun je ook op National Geographic zien. Even meewarig deed ik over hardlopers die hoog oplopen met hun runner’s high. Waarschijnlijk hadden die nog nooit de traditionele roesmiddelen geprobeerd. U merkt het al, ik was nogal sceptisch. Maar bij het begin van de quarantaine, toen ik van punt A naar punt B moest zien te geraken, begon ik me te bekeren tot het marcheren.

Te voet duurde het een uur. Met de fiets, auto, taxi en tram zou het me twintig minuten kosten. Ik had weinig keuze. Een auto heb ik niet. Een fiets ook niet. Ik zou die kunnen stelen, maar de waarheid is dat ik een waardeloze fietsendief ben. Wanneer ik een tram neem, eindig ik altijd aan de verkeerde kant van de stad. En een taxi, weet je hoeveel dat kost? Ik ben tenslotte schrijver, geen topvoetballer. Bovendien, twintig minuten op minder dan anderhalve meter met een hoestende superverspreider opgesloten zitten, ik heb ze nog alle vijf.

Ik had mijn keuze gemaakt, stroopte mijn mouwen op en ging voor de wandeling. De zon scheen, er liep geen kat op straat. Waarvoor dank, corona. Ik zette mijn koptelefoon op, deed mijn zonnebril aan en koos voor mijn stijlvolle Diadora sneakers, die ook nog eens makkelijk aanvoelden.

Na een kwartiertje zette ik mijn koptelefoon af. De stilte voelde erg fijn aan. Voor de eerste keer hoorde ik vogeltjes zingen. Of was er iemand aan het fluiten? Als stadsmens kon ik me daarin vergissen. Op mijn route hoorde ik twee mannen schreeuwen. Ze hielden zich netjes aan de social distancing en spraken elkaar in het Berbers aan met ‘meneer slappe lul’ en ‘peniskop’. In het Nederlands klinken die woorden ordinair, in het Berbers zijn ze echter melodieuzer, agressiever en vooral hilarischer.

Ondertussen kruiste ik ook een oude vrome man met een zwart mondmasker. Zijn vroomheid herkende ik aan de bidplek op zijn voorhoofd. Het statussymbool van een gelovige die volhardt in het gebed. De oude man groette me beleefd met een salam aleikum. Ik antwoordde met een aleikum salam. Bij elke ‘meneer slappe lul’ en ‘peniskop’ fronste hij zijn wenkbrauwen, waardoor ik de absurditeit nog grappiger vond.

Na nog een kwartiertje wandelen, voelde ik een lichte verzuring in mijn kuiten. Ik hield vol, besloot om het tempo wat op te drijven.

Toen ik bijna op mijn bestemming arriveerde, zag ik in de verte een man met een wollen muts en een deken om zich heen gewikkeld. Met een broek en schoenen die al enkele oorlogen hadden meegemaakt, volgde hij duidelijk de dresscode van een zwerver. Zijn vale blik verraadde dat hij eerder vertrouwd was met de roes van drugs dan met runner’s high.

Hij sleepte zich moeizaam vooruit, keek me even aan met een getormenteerde blik.

‘Fikry?’

Fuck, hoe kent hij mijn naam? Sinds wanneer lezen zwervers mijn boeken? Ik wist niet of ik snel moest doorstappen of even halt houden en een praatje slaan. Ik was best nieuwsgierig.

‘Fikry, herkende mij niet meer? Dat snap ik… ik ben een beetje veranderd. Ik ben het, de Kenneth. We hebben samen nog gesjot bij KSV Temse. Maar dat is al meer dan twintig jaar geleden.’

KSV Temse is een club waar spelers als voormalig Rode Duivel Marc Van Der Linden en televisieanker Filip Joos naam maakten. Ik keek naar Kenneth. Zijn invallende wangen, ontbrekende tanden en onverzorgde baard vielen me op. Waar was die jongen met wie ik verschillende jaren had gevoetbald gebleven? Hij had het allemaal. Snel, technisch en een uitstekende voorzet. Met zijn aanstekelijke vrolijkheid zorgde hij vaak voor de sfeer. Kenneth glimlachte in zichzelf en begon te vertellen over onze legendarische jeugdwedstrijden. Hoe we werden getraind door slechte en nog slechtere trainers. Over fanatieke ouders die vooral spelertjes met migratie-achtergrond intimideerden door hen racistisch uit te schelden.

Vooral Kenneths vader kon er wat van. Als vijftienjarige jongen schaamde hij zich daar diep over. Tijdens de match kreeg hij tranen in de ogen, raakte geen bal meer zoals het moest. Kenneth was het type dat fantastisch speelde als hij zich amuseerde. Maar bij het geringste conflict verlamde hij.

Kenneth begon er zelf over. De bewuste wedstrijd tegen Vigor Wuitens Hamme. De derby der derby’s of de classico van het Waasland. We speelden in het hol van de leeuw en liepen meteen een achterstand op.

Het werd al snel duidelijk dat we niet onze beste wedstrijd speelden. Hassan, onze linksbuiten en een dribbelgrage speler met geweldige acties. Hij nam risico’s in zijn spel, leed daardoor vaak balverlies. Tegen Vigor Wuitens Hamme had Hassan zijn dagje niet en wanneer Hassan zijn dagje niet had, mislukte bij hem alles, werkelijk alles.

Nadat hij voor de zoveelste keer de bal verloor, kon Kenneths vader het niet laten en schreeuwde:

‘Hassan, godverdomme, geeft uwen bal eens af, ge zit hier niet op de markt in Marrakech! Het is altijd hetzelfde met jullie.’

Dat Hassan Turkse roots had, zag hij even over het hoofd. Zodra Kenneths vader van wal stak, hield hij niet meer op en vlogen de ’terug-naar-je-land-we-sjotten-hier-niet-in-een-zandbak’-verwijten in het rond. Onze trainer stond erbij en keek ernaar. Waarschijnlijk tilde hij er niet zo zwaar aan.

Andere supporters keken al lang niet meer op van die luide uithalen van Kenneths vader. Sommigen joelden vlotjes mee. Het leek een wedstrijd als een andere. Maar dat was het niet. Na een zoveelste tirade keek Kenneth zijn vader misprijzend aan. Hij schudde het hoofd, veegde zijn tranen droog en verliet het veld. Hij deed het zo rustig en geruisloos dat onze trainer tien minuten lang niet doorhad dat we met een man minder speelden. Kenneths vader keek de wedstrijd uit met zijn mond vol tanden. Ondertussen trok Kenneth te voet van Vigor Wuitens Hamme naar Temse. Daarna voetbalde hij nooit meer.

‘Soms neem je in het leven een verkeerde afslag waardoor je heel lang kunt verdwalen,’ vertelde Kenneth mij.

Hij vroeg of ik hem geen vijf euro kon voorschieten. Ik had geen cash op zak, maar aan een bankautomaat kon ik wel geld afhalen. Terwijl ik mijn code intikte, twijfelde ik heel even. Hij zou het vast aan drugs uitgeven. Ik gaf hem vijftig euro, loog dat de automaat geen andere briefjes meer had. Zelfs een drugsverslaafde zwerver moet je in zijn waarde laten. Kenneth toonde zijn appreciatie door glimlachend te zwijgen.

Met een elleboogstoot op mijn schouder nam hij afscheid. En als ik zin had om eens af te spreken, vanaf vijf uur kwam ik hem ongetwijfeld wel in deze buurt tegen. Dan zou hij me op koffie trakteren.

Fikry El Azzouzi, juni 2020

Kenneth en Hassan zijn schuilnamen. Marc Van Der Linden en Filip Joos hebben echt gespeeld voor KSV Temse. Fikry El Azzouzi ook, uiteraard.

Fikry El Azzouzi
17.06.2020