Rachida Lamrabet beantwoordt onze vragen over de lezer

05.02.2019
Lamrabet Rachida 527299 Koenbroos

Schrijfster en juriste Rachida Lambrabet publiceerde onlangs haar jongste roman Vertel het iemand (2018), het indringende verhaal van een jonge Marokkaanse Amazigh die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar het Franse front wordt gestuurd.

Passa Porta nodigde Rachida uit om voor het komende literatuurfestival een programma samen te stellen rond xenofobie en dekolonisering. Je ziet en hoort het resultaat op zondag 31 maart in de KVS, waar zij optreedt met haar collega’s Anissa Boujdaini, Yousra Benfquih, Sabrine Ingabire en Hélène Christelle Munganyende. Eerder die dag is Rachida ook te gast voor een sessie ‘Samen Lezen’ onder leiding van Silvie Moors (De Dagen). Het volledige festivalprogramma wordt bekendgemaakt op 28 februari.

Wij legden Rachida alvast onze vragenlijst over de lezer voor.

1. Hoe ziet de ideale lezer van uw werk eruit?

Mijn ideale lezer is de lezer die verwonderd is, die misschien wel in stereotiepen denkt en vooroordelen heeft, maar dat van zichzelf weet en bereid is om zich open-minded op te stellen en de wereld vanuit een ander standpunt te bekijken. Iemand die zich kan identificeren met personages die niet op hem lijken en die het risico wil lopen om zijn zienswijzen bij te stellen.

2. Heeft u ook een (reëel bestaande) favoriete lezer? Kunt u die beschrijven?

Er is een bevriende schrijver, die ik heel erg bewonder, aan wie ik mijn teksten opstuur. Hij leest mijn werk altijd met veel liefde en empathie. Soms is het gewoon levensnoodzakelijk dat een oprecht iemand, iemand in wie je gelooft, je zegt dat je op de goede weg bent, dat wat je doet en schrijft belangrijk en nodig is. Hij slaagt erin om kritiek te leveren op een liefdevolle manier. Ik kan wel tegen harde kritiek, maar ik merk dat kritiek die vanuit een positieve en liefdevolle houding vertrekt, me motiveert, optilt en ertoe aanzet om nog beter te worden.

3. Wat leest u wanneer u aan een boek werkt?

Ik lees vanalles door elkaar, maar vooral non-fictie over de onderwerpen die ook terugkomen in de roman waaraan ik op dat moment werk. Zo ontdekte ik het mooie boek boek Fez, City of Islam van Titus Burckhardt. De Marokkaanse stad Fès vormt gedeeltelijk het decor voor mijn jongste roman. Triviale informatie over het tekenen van het grondplan van de stad in 808 n.C. kan mij mateloos boeien. Het feit dat dat gebeurde op een donderdag, bijvoorbeeld, en dat de stichter, Idriss II, daarbij een smeekbede uitsprak om van de stad een huis van kennis en wetenschap te maken.

4. Beschouwt u zichzelf als een goede en kritische lezeres van uw eigen werk? Waarom (niet)?

Misschien ben ik zelfs te kritisch. Het is heel moeilijk om een gezonde afstand te bewaren tegenover een werk waar je jaren aan werkt en waarmee je al die tijd leeft. Er ontstaat altijd een haat/liefde-verhouding, die fataal ook je oordeel over het werk kleurt en objectieve kritiek haast onmogelijk maakt. Wat voor mij dan wel werkt, is om de tekst een lange tijd op te bergen. Tijd en afstand tussen mij en mijn tekst helpt me om op een gegeven moment terug te kijken naar wat ik heb geschreven alsof het niet door mij geschreven was. Dan lukt het wel om op een evenwichtige manier kritisch te zijn.

5. Richt uw werk zich tot een specifieke groep lezers, bijvoorbeeld tot lezers met een bepaalde voorkennis of leeservaring, of is het werkelijk voor iedereen bestemd?

Ik richt mij tot iedereen die interesse heeft in mijn verhalen. Ik probeer niemand uit te sluiten, maar ik moet toegeven dat ik vaak vertrek van de vraag welk boek ik zelf zou willen lezen, welk verhaal interessant, eigenaardig en belangrijk genoeg om ook door anderen gekend te zijn.

Ik heb vaak het gevoel dat ik de geschiedenis en de verhalen van mensen die in onze geschiedenis en in ons collectief narratief niet of veel te weinig gehoord zijn, wil reconstrueren en vertellen. In die zin geloof ik dat kinderen van de migratie een bijzondere plek hebben wanneer ik aan mijn lezers denk, omdat ik durf te denken dat wat ik schrijf voor hen een extra dimensie heeft, namelijk dat de eigen verhalen een plek krijgen in onze gedeelde herinneringen.

6. Wat is (de rol van) een goede lezer? Op welke manier is een dialoog met uw lezers voor u als auteur nog interessant en inspirerend zodra het boek gepubliceerd is?

Ik vind het altijd fascinerend om lezers te ontmoeten die betekenissen uit de tekst halen of verbanden leggen die ik er zelf niet in heb gezien of niet in heb gelegd. Onlangs had ik een interessant gesprek met een lezer die me vertelde dat mijn boek voor hem een lang verborgen familiegeschiedenis terug had opgerakeld en naar de oppervlakte gebracht. Ik was gefascineerd, maar uit respect voor zijn geschiedenis heb ik niet gevraagd naar de details van zijn eigen verhaal. Maar ik kon zien dat het verhaal dat ik geschreven had, heel diep in zijn wereld en beleving had ingegrepen.

Ik denk dat dat het mooiste geschenk is dat een schrijver kan krijgen: dat lezers je werk aftoetsen en spiegelen aan hun eigen leven en beleving. Dan gaat je werk echt leven en krijgt het betekenis.

Lees ook de antwoorden van Caroline Lamarche, Stéphane Lambert, Thomas Gunzig (in het Frans) en Koen Peeters.

Wil je meer weten over hoe auteurs over de lezer denken, lees dan zeker ook het verslag van het voorbije Passa Porta Seminar (in het Engels) en de Passa Porta-lezing door de Brits-Hongaarse schrijver David Szalay, ‘Een oneindig spel’.

foto © koen broos

05.02.2019