Zomerdagboek (1) De balans beschermen

Giuseppe Minervini
22.07.2020
Fill 2 Created with Sketch. Author text
Giuseppe Minervini2020 Foto Baptiste Navarro

Twee Belgische auteurs laten je de komende weken meelezen in hun zomerdagboek, ieder drie afleveringen lang. Passa Porta vroeg hun om een inkijk in hun werkzaamheden en gedachten, benieuwd naar hoe zij de gebeurtenissen in de buitenwereld laten insijpelen, verwerken, of er juist trachten aan te ontsnappen.

Hieronder lees je de eerste dagboekaflevering van de jonge Vlaamse schrijver Giuseppe Minervini. Hij studeerde filosofie en literatuur aan de KU Leuven, publiceerde eerder in o.a. De Gids, Deus Ex Machina, DW B, Het liegend konijn en Rekto:Verso, en recenseert romans voor HUMO. Deze zomer staat voor hem zo goed als helemaal in het teken van het werk aan zijn debuutroman Krank, die zal verschijnen bij uitgeverij De Geus.

De andere dagboekschrijfster die je in ons magazine zult kunnen volgen, is de Franstalige Belgische Cathy Min Jung, geboren in Seoel en opgegroeid op het Waalse platteland. Zij is actrice en regisseur, auteur van o.a. Les bonnes intentions en Sing My Life, en pas benoemd tot directeur van theater Le Rideau de Bruxelles.

-

5 juli

Sinds ik onder contract aan mijn debuutroman werk, schrob ik de dagen steriel uit angst voor nieuwe, ontwrichtende data.

(…)

Toen de buitenwereld één gezicht aannam — covid-19, dus — werd mijn opdracht vergemakkelijkt met de illusie dat er weinig nieuw nieuws werd gegeneerd.

(…)

Ik zoek de balans tussen het botvieren van mijn controledrift (lees: structuur in mijn dagen kloppen, structuur in de informatie die toevallig binnensijpelt, structuur in de koelkast) en controleverlies toelaten (lees: het ’s middags spreekwoordelijk op een zuipen zetten).

(…)

Nu luidt de zomer geen verandering in. Het gewenste isolement slijt zich in mijn dagen. Het gevaar voor een depressie bestaat hierin, dat ik mij onder de druk van die debuutroman, en onder de druk van die weinig beloftevolle zomer, moeilijk een andere geestesgesteldheid weet aan te meten (of op te leggen) dan de concentratie. Het verschil tussen een wielrenner en ondergetekende is dat een wielrenner niet gaat slapen op zijn fiets.

6 juli

GESCHRAPT

7 juli

Schrijven is ook de verveling trotseren. Jezelf koppelen aan veilige stroomkringen. Slechte fictie kijken opdat de juiste dosis zelfvertrouwen niet instort; clichés doden mijn tijd: af en toe een detail dat me opvalt, kan dienen als karakterisering (een kernreactor als een Rubiks kubus, de manier waarop een dwerg zijn snor aflikt, een vogelhuisje als arena), gelukkig niets wat diep genoeg reikt om iets aan de karakters van mijn personages te wijzigen.

Wat zijn de karakters van mijn personages?

8 juli

GESCHRAPT

9 juli

Vandaag mijn redacteur zien.

In de trein naar Antwerpen.

Met het schrijven aan die debuutroman jaag ik op een heroïsch ja-gevoel. De moeilijkheid is dat mijn intuïtie niet één en ondeelbaar is, geen tamme tuinmees is.

Door telkens alle compromissen af te ketsen, zal ik per ongeluk debuteren met een roman van om en bij de vijfhonderd pagina’s. Paniek. Het licht aan het einde van de tunnel verwarde ik voorlopig steeds met de koplampen van de volgende tram. (… geschrapt wegens een uit de hand gelopen klaagtoontje…)

Na drie jaar schrijven belandt de romancier op een punt in zijn manuscript waar alles staat geschreven. Waarom dan niet alle alinea’s en informatie opnieuw uit elkaar trekken, om de verschillende informatiespreidingen, karakterbogen en chemische reacties tussen bespiegeling en handeling in kaart te brengen? Een roman schrijven voelt aan als alle mogelijke romans schrijven.

In de trein naar Kortrijk.

Deadline ver de toekomst in geduwd. Ik heb een hele zomer. Het hernieuwde beeld van de redacteur die me vroedkundig naar een idee begeleidde, laadt me op met energie. Met deze verse fles zuurstof breek ik nogmaals het hele manuscript open.

(…)

In slechte fictie valt het grootste conflict samen met de verwarring van de schrijver. Ik schrijf op de grens tussen wat ik ken en niet ken, om niemand te hoeven bevlekken met de bevestiging van mijn eigen gelijk. Maar ik moet mijn verwarring beheersen.

(…)

Het is de bedoeling dat iedere scène zowel zijn eigen intensiteit uitdrukt als de intensiteit van het geheel opbouwt. Ik wil dat ieder woord de mogelijkheid in zich draagt de hele leeservaring om te draaien. In het ideale scenario staan betekenis en structuur in een horizontale verhouding. Toni Morrison in het voorwoord van Jazz: ‘I had written novels in which structure was designed to enhance meaning; here the structure would equal meaning.’

(…)

Nietzsche in De geboorte van de tragedie: ‘Wij praten zo abstract over poëzie, omdat wij allemaal zulke slechte dichters plegen te zijn.’

10 juli

Waartoe dient het schrift eigenlijk?

Ik blader in mijn notitieboekje van vorige zomer — de eerste aanzet tot de derde roman Drieluik — op zoek naar sporen die me scherpe ideeën bezorgen, puzzelstukjes die mijn huidige verwarring oplossen.

(= Waarom ik deed wat ik deed, en of ik er verder in moet.)

Vorige zomer schreef ik een idee op: werk een fenomenologie van de ingebeelde blaasbalg uit. Beschrijf een personage dat rechtopstaand in slaap wil vallen onder de Arc de Triomphe.

Terwijl ik in dat schrift van vorige zomer blader, ontdek ik in de eerste plaats dat ik niet langer weet waar Drieluik precies over gaat. Over totaliteit, en de onmogelijkheid om als een detail in die totaliteit de totaliteit van buitenaf te vangen; synecdoches, Borges’ Aleph, hoe men de obsessie van het eigen denken overstijgt, de vislijn tussen geest en lichaam laten vieren, drie ‘gekken’ stichten een ‘gekkenhuis’ omdat ook zij verlangens hebben. Een rottende olifant wordt met een kraan uit een bruin zwembad gehesen.

Alles herlezen om op zoek te gaan naar mijn initiële bedoeling is onmogelijk: mijn oordeel staat in de weg. Ik ben zo’n cartoonesk antagonistje dat een muizenval opzet. Voorspelbaar dat zijn vingers purperblauw opzwellen.

Ik slaak een zucht van opluchting: ik heb nooit verkondigd iemands stem te willen belichamen.

In deze schriften, deze kamer vol rode draadjes, voelt iedere waarheid als een patroon, als een onzuiver compromis, als gemakzucht.

Plato had gelijk dat hij het schrift wantrouwde; op den duur moet je je ofwel meer herinneren, ofwel meer opschrijven.

Zo breidt het manuscript zich uit.

11 juli

Ik zit met pen en schrift in de zon te schrijven op het terras van mijn stamcafé. Wat een heerlijk beeld is dit. De schrijver schrijft op café en de tekst die hij schrijft zal worden gepubliceerd. Ik werk, drink koffie, sla af en toe een praatje, drink bier, ga dan weer aan de slag, of niet. Het kan niet beter met me gaan. Ik word betaald om dit te doen. Deze publicatie is het tegengif voor mijn donquichoterrie.

12 juli

Ik dacht gisteren dus aan hoe arbeid voor de mens Begin en Einde rechtvaardigt, ook al ontbreekt er een midden.

Ik zat op een terras te schrijven, toen de zeemeermin (de gitarist) me belde. Na twee glazen picon au vin blanc vroeg hij me zijn Assepoester te zijn — en hem te vergezellen op het familiediner voor de verjaardag van zijn moeder. Mijn vriendin vond het gematigd grappig. De zus van de zeemeermin vertoonde frappante gelijkenissen met de zeemeermin. De schoonbroer van de zeemeermin had veel honger. Gelukkig werd er gepraat zoals er overal wordt gepraat: over hetzelfde. Het ongeloof in de mondmaskers, het oei-oei-oei van een tweede lockdown, geen spoken, maar lijken in de ziekenhuizen van bijvoorbeeld Ecuador, en de economische duikvlucht?, en de al dan niet gerechtvaardigde betogingen in Brussel?!, zwarte piet — volg jij het Journaal? Ik voelde me net de malende mond van Gargantua. Ik betaalde mijn deel van de rekening, knielde rond halftwaalf voor de stoel van de moeder van de zeemeermin, legde haar uit hoe arbeid, indien bezoldigd, ook een toekomst rechtvaardigt, en vroeg haar toestemming om haar zoon tweeduizend euro over te schrijven, een bedrag dat ik weliswaar binnen de twaalf maanden moet terugzien, inclusief een goed, eventueel maatschappijkritisch verhaal; de winst mag hij houden.

13 juli

Nieuwsbericht: mijn redacteur gaat na mijn debuut met pensioen. Met de hoofdredacteur zal ik bij onze volgende afspraak overleggen over wat ik na het debuut wil schrijven. Deze zinnen zullen dat gesprek bevorderen. Mijn debuut is het startschot van 4 projecten.

Ketchup (roman) & Tegenspoedt (sitcom): ons vriendschapsbeeld bevrijden van zijn Amerikaanse vel. (…) Tegelijkertijd zwijg ik liever als er niets grappigs te vertellen is.

Drieluik (roman): zie boven, 10 juli.

Pantheïst en zeemeermin (dichtbundel) en Sex Link/Een halfwit canvas/Vrees’ uitverkoren holheid (drie novelles). Wat met het onderbewustzijn van mijn vader en moeder? (…) Hoe ervaar ik mezelf en mijn lichaam niet langer als weerstand, en hoe schud ik tegelijkertijd het verlangen van me af om op te gaan in een zuiver Al, (Natuur, Dood, God, Atoom of Energie), dat in principe — aangezien ik geen religieuze kracht in me voel dat het ongeloof opschort — niets anders kan bevatten dan het beeld dat ik me er zelf traag en toevallig van heb gevormd? Wat is van mij in mijn literaire, seksuele of huiselijke ervaring?

De Ebenist: de redelijkheid overstijgen die een liefdevolle band met mijn Italiaanse familie in de weg staat. (…) Met andere woorden: hoe zou de grens van een levenstijd opslorpend oeuvre eruit kunnen zien?

14 juli

Bevel.

Schrijf een essay over waar het verlangen, de nood of de plicht te lezen vandaan komt. Beperk je niet tot je eigen vermogen (en nood aan rust) om uit je omgeving op te stijgen, dan reduceer je het lezen tot een vlucht uit de werkelijkheid. Tegelijkertijd opletten: maak het niet onpersoonlijk. Onderzoek de vaderlijke uitstraling van je boekenkast. Associeer de lezende schrijver met een alcoholicus.


Wasmachine

15 juli

De zeemeermin en ik gingen vandaag op verkenning naar een poëtica.

16 juli

Ochtend: van de grootste hap uit het eerste deel van Krank een dagboek maken.

Middag: zich aan de kater overgeven.

Morgen: Hoera! Bob Vanden Broeck, Anne Schepers en Lotte Lentes arriveren in Kortrijk! De enige vriendschap in de geschiedenis van de mensheid die averechts werkt. Ik heb hen gemist. Verslag volgt.




Foto's:
Giuseppe in de tuin (Baptiste Navarro) en in de wasmachine (Pantheïst en Zeemeermin).

Giuseppe Minervini
22.07.2020