Ga verder naar de inhoud
Startpagina

In residentie: “Literatuur is de enige manier om over oorlog te spreken”

03.04.2026
min
interview

Brusselse studenten in gesprek met onze writer-in-residence Abdelaziz Baraka Sakin

De Soedanese schrijver Abdelaziz Baraka Sakin (63) zet gemeenschap centraal in zijn werk, zelfs wanneer hij schrijft over een van de grootste humanitaire crisissen ter wereld. Vanuit zijn residentie bij Passa Porta in maart 2026 blikt hij terug op zijn leven in Darfoer, zijn ballingschap en de rol van literatuur in tijden van geweld.

Door Savannah Petrieux, Willem Bakelants en Lisa van Leeuwen (master journalistiek KULeuven)

 

Sakin, geboren in Kassala en geworteld in regio’s van Tsjaad tot Ethiopië, belichaamt zelf de complexe identiteit van Soedan. Zijn werk werd verboden door het regime, maar circuleert nog steeds clandestien in zijn thuisland. “Ik ben geen vluchteling,” zegt hij. “Ik ben een banneling.”

Schrijven vanuit angst en getuigenis

Zijn bekendste roman, The Messiah of Darfur, zoals al zijn boeken oorspronkelijk geschreven in het Arabisch, ontstond niet uit ambitie, maar uit confrontatie met de realiteit. Terwijl hij in Darfoer werkte voor organisaties zoals UNICEF, zag hij dagelijks de gevolgen van oorlog. “Mijn grootste inspiratiebron is angst,” vertelt hij. “Wanneer ik schrijf, ben ik nergens bang voor. Maar daarna komt de angst.”

Eén beeld liet hem niet meer los: een vrouw die dag na dag voor een school bleef wachten op haar kinderen, nadat die door Janjaweed-milities waren vermoord. “Ik dacht: als ik haar verhaal niet vertel, waarover kan ik dan nog schrijven?”

Die persoonlijke verhalen vormen de kern van zijn werk. Zijn roman toont niet alleen geweld, maar ook veerkracht, met sterke vrouwelijke personages die overeind blijven in extreme omstandigheden. “Dit boek is niet voor luie lezers,” zegt hij. “Ik wil dat ze moeite doen.”

Voor Sakin is literatuur meer dan kunst: het is een noodzakelijke vorm van getuigenis. In een context waar journalistiek vaak onmogelijk is, neemt fictie die rol over. “Journalisten mogen niet vrij werken in Soedan. De overheid wil niet dat de wereld ziet hoe gemeenschappen vernietigd worden,” zegt hij. “Literatuur kan tonen wat zij niet zien.” Volgens hem blijven journalistieke analyses vaak oppervlakkig en politiek gekleurd, terwijl literatuur dieper graaft in menselijke ervaringen. “Het is de enige manier voor mij om over oorlog te spreken.”

Een land dat nooit één was

Sakin plaatst het conflict in Soedan in een bredere historische context. Volgens hem is het land nooit echt één geheel geweest. Koloniale grenzen, getrokken door Europese machten, brachten uiteenlopende volkeren samen zonder rekening te houden met hun verschillen.

“Mijn volk, de Massalit, werd simpelweg in twee verdeeld tussen Tsjaad en Soedan,” zegt hij. “We hadden onze eigen systemen, onze eigen leiders.”

Die diversiteit — etnisch, religieus en cultureel — maakt bestuur complex. Sakin is dan ook kritisch voor het idee dat westerse democratie de oplossing zou zijn.

“Democratie is deel van jullie geschiedenis, niet de mijne,” stelt hij. “In mijn gemeenschap werkt een systeem met een sultan en een raad van dorpen. Dat is ook representatie.”

Hij benadrukt dat zijn kritiek op democratie geen afwijzing is van mensenrechten, maar van wat hij ziet als een model dat niet universeel toepasbaar is. Daarbij verwijst hij naar denkers zoals Frantz Fanon en Noam Chomsky, en het idee van het “witte masker”: het overnemen van Europese denkkaders zonder ze in vraag te stellen.

Oorlog, macht en internationale stilte

Volgens Sakin spelen internationale belangen een grote rol in het uitblijven van effectieve interventie. Hoewel Soedan rijk is aan grondstoffen, ziet hij hoe externe machten indirect betrokken zijn. “Andere landen voeren de oorlog al,” zegt hij. “Ze sturen wapens voor goud, vruchtbare grond en toegang tot de Rode Zee.” Hij is scherp voor internationale organisaties en media, die volgens hem vaak tekortschieten. “Echte verandering komt pas als een land interessant wordt voor hen."

Sinds zijn verbanning in 2016 schrijft Sakin steeds meer over ballingschap. Het leven als migrant omschrijft hij als een toestand van permanente ontworteling.

“Als vreemdeling hoor je nergens meer thuis — niet in tijd, niet in ruimte, niet in taal,” zegt hij. “In mijn dorp kende ik elke boom, elk seizoen. Dat is de taal van een plaats.”

Hij verzet zich ook tegen stereotiepe beelden van vluchtelingen. “Mensen denken dat iedereen naar Europa komt voor geld. Maar veel Europeanen zijn zelf arm. Die clichés kloppen niet.”

Gemeenschap als houvast

Ondanks alles blijft gemeenschap een centraal thema in zijn werk. Waar politiek faalt en geweld overheerst, ziet Sakin in menselijke verbondenheid een vorm van weerstand.

Zijn schrijven is tegelijk waarschuwing en herinnering — aan wat verloren gaat, maar ook aan wat blijft bestaan.

“Ik probeerde mijn volk te waarschuwen,” zegt hij. “Niemand geloofde me. Dus ben ik vertrokken. Ik ben geen vechter. Ik ben een schrijver.”

 

Met dank aan Catherine Vuylsteke

foto: Abdelaziz Baraka Sakin, videostill uit het auteursportret door sarah baur

Meer lezen van Abdelaziz Baraka Sakin

In het Frans:

  • Les Jango, 2020 Éditions Zulma (trad. Xavier Luffin)
  • Le messie du Darfour, 2021 Éditions Zulma (trad. Xavier Luffin)
  • La princesse de Zanzibar, 2024 Éditions Zulma (trad. Xavier Luffin)
  • Le corbeau qui m’aimait, 2025 Éditions Zulma (trad. Xavier Luffin)

In het Engels:

  • The Jungo: Stakes of the Earth, 2015, Red Sea Press (transl. Adil Babikir)
  • Birth: Selected Stories, 2021, Willows House (transl. Anne Bourrel)
  • Samahani, 2024, Foundry Editions (transl. Adil Babakir & Mayada Ibrahim)
03.04.2026