Register van Bouwbiografische Portretten - milady renoir
En 2025, les architectes Bart Decroos et Laura Muyldermans ont créé le Registre des histoires de bâtiments, avec le soutien de l'asbl Archipel, nadine laboratory for contemporary arts et Passa Porta. Ce registre a donné à dix-septbâtiments en Flandre et à Bruxelles l'occasion de faire entendre leur voix et de raconter leur histoire. Chaque portrait comprend les données, les caractéristiques et les spéculations biographiques de l’ouvrage. Pour cette dernière partie, Passa Porta a fait appel à quatre auteur·ices fantômes, qui se sont glissé·es dans la peau de chaque bâtiment et ont transformé leurs émotions les plus profondes en perles littéraires. Découvrez ici les spéculations biographiques sur ATELIER, La Maison Voisine, Dupont, Voltaire et Leeberg Plasj, écrites par Milady Renoir.
ATELIER était l’atelier de peinture d’Alexandre Markelbach à Schaerbeek et partage avec son ancien propriétaire la même liberté d’esprit. La Maison Voisine est une annexe plus récente du musée Horta à Bruxelles, avec un caractère propre, même si elle n’est « que » la voisine. À Schaerbeek se trouve Dupont, un bâtiment protecteur et un refuge sûr pour les jeunes qui s'y retrouvent souvent. Voltaire, également à Schaerbeek, est une maison expressive de style paquebot qui sent toujours le thé noir. Enfin, Leeberg Plasj se compose de deux maisons jumelles à Roosdaal qui, selon les architectes, sont impatientes, indociles et peu ordinaires.
GELIJKGESTEMDE ZIELEN
Een melopee doorkruist het gemeenschappelijke fronton
boven de twee deuren.
‘We zijn Een. We zijn Twee.
We zijn ons spiegelbeeld. We zijn ons verschil.
Zoals de Plejaden die nieuwe constellaties creëren,
zijn wij even getallen en cijfers,
zijn wij schaduw en licht.
Als doopmeters van de waterloop delft de Een en klimt de Ander.
Generaties, lagen en schalen worden van ons af geboren.
Bij hetzelfde hoofdeind bidden we dageraad en schemering.
De Een bewaakt de provincies Brabant, de Ander trekt
Henegouwen aan de mouw.
De Een streelt Pajottenland,
De ander friemelt aan de Tuin van Heden.
De Een is Oude Gueuze, De Ander is Frisse Kriek.
Onze teelgrond en Onze gisten maken onze hakken zompig.
We richten het Krijgen en het Doorgeven tussen onze
Fundamenten op.
Ieder van Ons is gevoelig, voor de warmte, voor de nevel.
We zijn pal in het midden van het dorp,
vrolijk buiten het centrum van de wereld.
Ons gezicht heeft veel wijzigingen ondergaan,
van heel ambitieuze tot de meest prozaïsche…’
Het duale koor murmelt. De Een ademt in, zegt daarna:
Ik herinner me een tijd vóór het beton, gezegende tijd
van twijfel, van ongrijpbaarheid. Van perioden dat
bouwen niet onontbeerlijk was… van de frenesie van
de venen die naam noch doel noch idee hebben van zich-
zelf. Ik voel nog steeds het onbewerkte humeur dat het
Terrein tentoonspreidde, hoe geen aandacht uitging
naar maat of afsluitdraad, hoe bruiloftsmaal en kinder-
spel met elkaar werden verweven, hoe Kermis en
Carnaval over de Vasten triomfeerden. Het houten lat-
werk van de fermettes filterde amper de weeklacht van
bedelaars, de kreten van boeren, de lach van engelen…
Verwarring, deining, opschudding…
Deze palatale klanken versmelten tot een onmerkbare
gemouilleerdemmm. De Ander reageert als gebeten en repliceert:
De nostalgie van mijn Tweelingzus verkalkt onze toekomst.
Ik ontken elke tochtstroom tussen onze geconformeerde huiden.
Ik beroep me op de liniaal, de T-lat en de passer. Ik maak aan-
spraak op de gulden snede en de goddelijke verhouding. Bij elk
zomers rumoer, winterse witte ruis. Bij elk wankel, menselijk
lot, een oordeel. De logica van de eenheid komt de harmonie
ten goede. Ik heb zo’n heimwee naar symmetrie, Wij zijn niet-
classificeerbaar… trouwens, vast en zeker komt het door Jou…
… Hoezo? Altijd weer dat gezeur over wiens schuld, wiens
fout, wat nodig is, wat moet. Jouw wereld… dambord van
zwarte orders en van witte reglementen. Tot waar reikt je
blik? Heb je dan totaal niet geleden? Door godsdienstoorlogen,
de Inquisitie, de slachtpartijen van de Boerenkrijg en van de
Tragische Zepposmolen? Nooit zul je ophouden in de Orde te
geloven en in zijn Gewapende Arm… Hen te bewonderen die
binnen de lijnen blijven, maar vaak grenzen overschrijden…
Je bent in staat bleekwater te gooien op het ‘onkruid’ van
het kerkhof van Gooik… Waarom ben je zo stijf, si stricte?
Ik heb van jou geen lessen te krij…
Een step botst tegen de drempel van de ingang. Het duo
zwijgt, het duel staat hun te wachten. Een schuw meisje met
rood haar, amper één meter lang, aarzelt, houdt onder haar
arm een knuffel die een oranje Prins voorstelt, met oren
waaraan geknabbeld werd. Pippi moet een half pond gekruid
smout leveren op dit adres. Bij welke deur moet ze aanbellen?
Na een paar besluiteloze minuten doet ze het pakje van de
slager open, scheurt het roze ruitjespapier, scheidt de zachte
reuzel in twee stukken en verpakt ze in twee pakjes, legt er
één voor elke deur. Pippi trekt aan de bel van de Een en drukt
tegelijk op de videofoonknop van de Ander, springt dan op
haar rijwiel en verdwijnt in een oogwenk. De zon rijst boven
de heuvel op. Het wordt vast doef vandaag.
vertaald door Katelijne De Vuyst
met de steun van Archipel vzw, nadine laboratory for contemporary arts en Passa Porta.