zomerdagboek (2) er is een buiten in mijn verlangen

Giuseppe Minervini
03.08.2020
Fill 2 Created with Sketch. Auteurstekst
Giuseppe2 Foto Baptiste Navarro

Twee Belgische auteurs laten je meelezen in hun zomerdagboek, ieder drie afleveringen lang. Passa Porta vroeg hun om een inkijk in hun werkzaamheden en gedachten, benieuwd naar hoe zij de gebeurtenissen in de buitenwereld laten insijpelen, verwerken, of er juist trachten aan te ontsnappen.

Hieronder lees je de tweede aflevering uit het dagboek van de jonge Vlaamse schrijver Giuseppe Minervini. Hij studeerde filosofie en literatuur aan de KU Leuven, publiceerde eerder in o.a. De Gids, Deus Ex Machina, DW B, Het liegend konijn en Rekto:Verso, en recenseert romans voor HUMO. Deze zomer staat voor hem zo goed als helemaal in het teken van het werk aan zijn debuutroman Krank, die zal verschijnen bij uitgeverij De Geus.

De andere dagboekschrijfster die je op deze site kunt volgen is de Franstalige Belgische Cathy Min Jung, geboren in Seoel en opgegroeid op het Waalse platteland. Zij is actrice en regisseur, auteur van o.a. Les bonnes intentions en Sing My Life, en pas benoemd tot directeur van theater Le Rideau de Bruxelles.


-

19 juli

Het beloofde verslag van het weekend.

17 juli

Ik voelde me ziek. Ik meldde iedereen dat corona een depressie in mijn lichaam binnenloodste. Bob Vanden Broeck, Anne Schepers en Lotte Lentes komen per trein aan in Kortrijk.

Discussie 1: Weet de ingenieur van de literaire machine welk idee zijn ontwerp genereert? Had Kafka al een idee van wat ‘kafkaësk’ op een dag zou betekenen?

Discussie 2: Stijl is niet wat je overkomt, schrijven zoals het je overkomt is juist een gebrek aan stijl.

Discussie 3: Stijl en inhoud kun je onmogelijk van elkaar scheiden. Discussie over de consequenties van die stelling.

Discussie 4: Wie is de grote Nederlandstalige schrijver onder de veertig? Weinig enthousiasme.

In de nacht van vrijdag op zaterdag, om vier uur, valt de vraag: waarom gaan we elke dag opnieuw naar onze werkkamer en blijven we er zitten? De verschillende besluiten: eigenwaarde, nood aan bevestiging, engagement, schuldgevoelens, te laf een alternatief uit te werken, de drang te vluchten voor de verschrikkelijke banaliteit.

We voelen ons met elkaar verbonden, onze tongen hangen uit onze monden: door een bodemloze, door wodka aangevuurde melancholie beginnen we, en dit is geen literaire overdrijving, te huilen.

18 juli

De dag sleept zich voort. Ieder lid van de club wordt herinnerd aan het feit dat de vriendschap niet werkt zonder alcohol.

19 juli

Als de zomer een stenen brug is, en de boog opgroeit vanuit de spanning tussen twee stenen die voorlopig slechts uit de verte en in de toekomst te zien is, dan kan ik wel al zeggen dat vandaag de dreiging in zich draagt dat de zomer instort. Verschot door op stap te gaan met een Duitse herdershond. Wandelen, met geblokkeerde rug, lukt vanaf nu enkel nog wanneer ik mijn rechterarm in de lucht houd. Aan iedereen: bedrust verergert rugpijn.

Even is er het vermoeden van koorts.

Ik maak het verslag op van het weekend. Ondertussen word ik gehypnotiseerd door filmpjes. Op het toppunt van mijn zelfbeklag beslis ik zoals het een echt lastdier betaamt te stoppen met roken.


20 juli

Bedrust.

21 juli

Bedrust.

22 juli

Bedrust.


23 juli

Telkens word ik bij alles wat ik doe in gedachten naar een morgen gesleurd. ‘Wat ik zal doen? Geen idee. Ik heb niets te doen.’ (De kosmische omvang van die laatste zin!)

De vraag wie of wat ik ben wordt gericht naar wat er zich zonder verstrooiing in mijn hoofd afspeelt. Neen: het antwoord op die vraag wordt bepaald door wat er zich zonder verstrooiing in mijn hoofd afspeelt. Dit is een verschrikkelijk dilemma. Ik lijk geen vrede te vinden met de inhoud van mijn gedachten, die banale, denigrerende, telkens weerkerende inhoud, die mentale weg van de minste weerstand die tegen elk tegengif bestand lijkt. In de drang te creëren zoekt de kunstenaar altijd naar iets volledig nieuws, zo lijkt een ongeschreven mythe te suggereren, maar dat klopt niet, want ieder creatief proces is op zoek naar zijn vervolg.

24 juli

Ik sta op, elke dag, en denk na. Ik heb nood aan een buiten. Liefst zou ik een jaar lang willekeurig voet voor voet zetten zonder ooit naar huis terug te keren, naar die werkkamer terug te keren. Ik zou stiekem willen bepalen wat er per toeval uit de lucht valt. Ik zou blijven hopen dat de wereld zich ondertussen in haar ware aard aan mij blootgeeft.

Ik fiets terug naar huis en denk: door wat werd ik vandaag geraakt, wie heb ik vandaag geraakt? Wat heeft mij ontroerd? Wie heb ik vandaag geholpen?

Het is een cliché op stap te gaan met de intentie door een wereld geraakt te worden. Het helpt niemand vooruit. De intentie geraakt te worden tekent de wereld die mij moet raken: ik raak de wereld voor zij mij raken kan: de wereld, als ruimte waar men geraakt wordt, wordt niets anders dan mijn verwachting geraakt te worden.

In de winkelstraat vraag ik iemand om een vraag. ‘Wat is een cliché?’ Ik vraag iemand anders om een antwoord op die vraag. Een oude man nodigt me uit op een bankje te zitten. Hij legt me uit dat een cliché niets anders is dan een gebrek aan bepaaldheid: een gebrek aan context die in het feit sijpelt. Clichés weren een scherpe wereld af. Clichés zijn waarheden, maar vooral vooroordelen. Clichés zijn signalen van luiheid. Een cliché kan ook een mentale toestand zijn die een zuur gemoed in de hand werkt. Je let niet op de details, je bent niet geïnteresseerd, je bent niet nieuwsgierig.

25 juli

Zonder een café kan ik niet leven. Een café is mijn kindertijd verruimtelijkt. Toen de ober me vroeg mijn naam en gegevens op te schrijven, noteerde ik mijn pseudoniem. Niemand die graag gestraft wordt omdat niemand graag aan de moraal wordt herinnerd. Mensen willen zich onderdompelen in het korte theater, de korte impressies, de korte toevoer van ideeën van buitenaf. Mensen willen dat hun narcisme samenvalt met het opdrinken van hun vreugde. Het staat buiten kijf dat ik niet anders ben.

26 juli

Discussiëren is lastig wanneer je iemand iets bij wilt brengen. Hoe komt het dat iemand van een politieke stelling overtuigen de proporties aanneemt van iemand medeplichtig maken aan een complot? De reden waarom een revolutie tegen deze in wezen oligarchisch gestructureerde globalisering uitblijft: wanneer we ons voor bepaalde productiefouten geen alternatief kunnen inbeelden, of ons hele leven lang al blijven geloven dat die fouten metafysisch zijn (lees: in de natuur ingebouwd zijn), dan is het geen stap te ver om de kapitalistische perversies te interpreteren als de normaalste zaak van de wereld.

Dus: ik stop met roken.

Ik blijf stoppen met roken. Dat heb ik me nu eenmaal voorgenomen. Mijn mond is het kapitalisme. Koppigheid houdt me recht. Mijn strategie: doen alsof je nooit hebt gerookt. Vandaar dat ik het nu pas toegeef. Ik heb het moeilijk. Last van concentratieproblemen (dus paniek), van zweetaanvallen, en vooral heb ik geen zin om te verdikken. Op dit punt is koppigheid het enige wat me van de sigaret afhoudt.

27 juli

Minervinidagboek Ii

Is het mogelijk, vraag ik de oude man, dat verwarring op een dag tot waanzin leidt? Alsof de verwarring zich overspannen voelt? En zo ja, leg me dan uit hoe. En vooral: hoe de waanzin te herkennen?

Alles is werkelijk te herleiden tot het evenwicht van mijn neurotransmitters, neurohormonen, receptoren, &c.

De hunkering naar nicotine maakt me HELDERZIEND.

28 juli

Een portret van een schrijver tijdens zijn verplichte middagrust.

Ik werd opgevreten door de sofa — in fantasy bevinden we ons op het punt dat de wereld openbarst, in comedy valt het eerste deel van de grap, in horror bereiken de hoge tonen in de soundtrack een bloederige climax, in dit dagboek: terechtgekomen in het land van stoffige, kleverige koffiesnoep, aangevreten en verkreukelde rekeningen, chipskruimels, losgekomen letters van mijn klavier die mogelijk tot een nieuw heilig woord zijn herschikt, een timmerman die een eeuwige plank schaaft en feeëriek de houtschilfers opvangt met zijn mond, een tiener in duikerspak wordt zonder zuurstoffles en met kapot gekrabde nagels opgevist (hij verdwaalde in een grot), dwergen hoppen rond op fluorescerend groene, fluorescerend rode en fluorescerend blauwe flan, de muren van deze ruimte zijn vochtig en roze, de muren zijn boekenkasten vol mondjes, de drijvende ogen van mijn moeder, de oesters onder de ogen van mijn moeder, en ik stel mezelf de vraag: wat nu verder nog te verzinnen?

Ik slik een egel in en spring onrustig recht uit de sofa.

Wat een luxevarken ben ik, als dit mijn lijden is!

Er kleeft een geometrische gewaarwording aan de verwarring. Iemand iets uitleggen = de assen van zijn verstand forceren. Er is iemand in een ruimte die klaar staat een kubus in een cirkelvormig gat in mijn schedel (of de voorstelling ervan) te wringen. Wat vindt u van de stelling, vraag ik de oude man, dat begrip traumatisch is?

29 juli

GESCHRAPT

30 juli

Angst gaat altijd gepaard met de onvermijdelijkheid van een noodlot, denk ik de laatste tijd, en met het besef dat dat noodlot veel stunteliger is dan gedacht — alsof je eigenwaarde, en de diepte van je persoonlijkheid, vastkleeft aan de complexiteit van de context waarmee je op een dag ten grave wordt gedragen; hoe onmogelijk het is je nalatenschap te doorgronden.

Ik zet me vanaf morgen weer aan de roman.

Giuseppe Minervini
03.08.2020