Ga verder naar de inhoud

gespleten wereld

Anna Gruver
15.10.2026
min
auteurstekst

De Oekraïense schrijfster Anna Gruver verbleef de voorbije weken in de Passa Porta Studio om er op adem te komen en in alle veiligheid te kunnen werken. Roman Nesterenco vertaalde de aangrijpende tekst die zij ons achterliet.

Deze uitzonderlijke residentie kwam tot stand dankzij een bijdrage van Vlaanderen aan het UNESCO-multidonorfonds ‘Response activities in and for Ukraine’.

 

’s Nachts lijkt de raaf die boven het terras van Passa Porta zit te leven. Ik denk dat hij een onlosmakelijk deel is van deze plek, die doordrongen is van stemmen en betekenissen. De vogel is een van die wezens die net ’s nachts hun ware aard tonen, terwijl ze overdag doen alsof: overdag kun je zien dat hij van metaal is gemaakt. Maar geloof hem niet. Eigenlijk houdt hij het gebouw en zijn bewoners nauwlettend in de gaten. Zelfs zulke tijdelijke bewoners als ik. De raaf heet je als eerste welkom.

De avond van mijn aankomst, toen we de raaf hadden opgemerkt in het licht van een lantaarn, vertelde P. me dat de vogel nog altijd geen naam had. En hij vroeg of ik hem niet een naam wilde geven. Moe van de lange reis met vertragingen zei ik zonder na te denken: Edgar. (Waarmee ik natuurlijk op Edgar Allan Poe’s gedicht ‘The Raven’ doelde.) Nu lijkt de vogel op mijn Oekraïense ring te rijmen met de raaf van Passa Porta – al zijn ze erg verschillend, ze lijken elkaar te begroeten.

Ja, weldra vertrek ik weer, maar de raaf met de naam Edgar zal hier achterblijven. Het is zijn naam die zal achterblijven. Ik ben ervan overtuigd dat in onze natuurlijke onontkoombare eenzaamheid we allemaal van tijd tot tijd de nood voelen dat iemand ons zou roepen, ons bij onze naam zou aanspreken. Soms kan dit onverwachts gebeuren en zelfs pijn doen, vooral als het de herinnering aan ons huis terugbrengt dat nu onbereikbaar is bijvoorbeeld. De herinnering wordt alleen door de intonatie teruggebracht, maar we krijgen daardoor het gevoel dat we nog steeds leven.

Brussel heeft mijn naam geroepen op het moment dat ik het zonder te overdrijven nodig had. Volgens mij zijn schrijvers in deze tijden net onbestudeerde vogels die, ook al is het vrij chaotisch, toch van tijd tot tijd rondtrekken en migreren. En weer naar huis terugkeren.

Er bestaat een merkwaardig woord: murmuratie, maar dat slaat alleen op de gecoördineerde vlucht van een zwerm; we zouden het ook voor literatuurfestivals kunnen gebruiken. Buiten de festivals zijn we echter afgezonderde vogels, en onze reizen verlopen eenzaam en ongecoördineerd. 

Ik ben in de residentie van Passa Porta aanbeland, en vandaag, toen ik naar de deur terugliep, sprak ik op het kruispunt de stad in gedachten aan: ik vind je leuk, zullen we vrienden zijn? Net als in de kindertijd. Ik ben van je hemel gaan houden, lieve stad, een hemel zonder raketten, wat is het toch vreemd en tegelijk banaal: we delen allemaal dezelfde hemel, maar overal is die anders. De Brusselse hemel deed me op zonnige dagen aan schoongewassen doorzichtig glas denken, en op dagen dat het regende aan een patchwork deken, terwijl de hemel boven mijn geboortestad Donetsk, die al meer dan twaalf jaar bezet is, staalgrijs en laag was.

Verrassend genoeg had een van de schilderijen van Bruegel dat ik in een Brussels museum heb gezien een soortgelijke tint. Er bleef minder dan een uur tot sluitingstijd, maar ik bleef zitten, alleen in de zaal. Om onduidelijke redenen hadden de andere bezoekers zich in andere gedeeltes van het museum verzameld, net vogels, dus kon ik even alleen zijn met dat oude verhaal dat nooit helemaal verleden tijd wordt.

Ik bestudeerde de kleinste details, tot mijn ogen ervan pijn begonnen te doen. Ik tuurde naar de fijne, haast onzichtbare vogelsilhouetten aan de hemel. Het volledige Bruegelschilderij was die dag voor mij alleen, het sprak me toe, en ik bleef aandachtig luisteren. Het sprak het meisje uit Donetsk toe dat vroeger niet eens had durven dromen om het ooit in levenden lijve te aanschouwen, en niet alleen op reproducties in de zware kunstboeken die mijn ouders hun leven lang hadden verzameld. De meeste van die boeken waren in bezet gebied achtergebleven. Naar we hebben vernomen liep ons appartement later waterschade op, en was Bruegels hemel waarschijnlijk nat geraakt. Zal ik die gevolgen ooit te zien krijgen? Ik denk het niet.

Ik kom nu weer bij de deur, die ook een verhaal over sleutels in mijn hart heeft achtergelaten. Sleutel, dat is een magisch woord voor iemand die zich allang niet meer hecht aan een plek (of toch niet – op een bepaalde manier hecht die zich toch en lijdt die er net daardoor later weer onder).

Aan het begin van mijn residentie, na een slapeloze nacht, keerde ik terug naar mijn kamer en moest ik eerst de deur van de hoofdingang openen, die tijdens de openingsuren van de boekhandel gewoonlijk openstond. Ik viste de sleutels uit mijn tas. Ik probeerde elke sleutel, maar geen ervan paste. Voorbijgangers begonnen al naar me te staren, ze zouden voor minder: pal in het centrum van Brussel probeerde iemand een donkere, gesloten boekhandel binnen te raken. Zelfs voor de kalme (al is kalmte makkelijk te verwarren met onverschilligheid), veel gewende Brusselaars en bezoekers van de stad was dit reden voor bezorgdheid. Ik heb altijd moeite met sleutels gehad: nooit kon ik onthouden welke sleutel in welke richting een deur opende. Ten einde raad, en voor het echt nacht werd, belde ik P. Hoewel zijn werkdag er allang op zat, kwam P. me al na enkele minuten te hulp. Hij keek naar de sleutels in mijn hand en zei voorzichtig: ‘Anna, maar dat zijn niet de juiste sleutels, deze sleutels zijn niet van ons. Dat zijn jouw sleutels.’

En dan zag ik het ook en herkende ik ze. We liepen naar binnen. P. zei: ‘Alles is oké.’ 
Hij zei: ‘Je zit met je hoofd in Kyiv.’

Ik liep de trap op, kwam voorbij Edgar en begon op mijn kamer geluidloos en onbedaarlijk te wenen. Ja, het is waar, met mijn hoofd zit ik in Kyiv. Juist in die dagen, in die nachten, begon de beschieting die sindsdien geen einde lijkt te hebben: de Russen zijn van tactiek veranderd, ze gebruiken nu drones met een straalmotor. De constante, ononderbroken aanval legt de stad lam. Ze schieten op treinstations en datacentra, op warmtekrachtcentrales, ze zetten ons zonder elektriciteit, mobiele verbinding en water. Er komen kinderen om. Een tiener komt om, alleen zijn schoolschrift blijft achter. Een drone slaat in bij de Academie van Wetenschappen. Ze vernietigen weer boeken. Ze vernietigen opslagplaatsen met medicijnen en voedsel. Ze verstoren de logistiek. Jagen op treinen. Beschieten bruggen. Deze herfst verandert ons leven voor de zoveelste keer.

Ik kan niet slapen in deze gespleten wereld. ‘In deze wereld is alles dubbel’ schreef Paul Celan. Maar ik kan schrijven. Ik kan nog steeds de schoonheid opmerken – dus ik leef nog.

Iedereen hier vertelt me dat ik het ontzettend getroffen heb. Deze weken van eind september en begin oktober zijn warm en zonnig uitgevallen. En inderdaad, een week voor mijn vertrek slaat het weer om. Het begint te regenen, we maken een wandeling door het avondlijke Brussel en doorweekt kijken we vanonder een luifel naar de tuin, met een kopje sterke thee in onze handen geklemd. We praten over meren en verwaterde grenzen. En mijn nieuwe kennis vertelt het verhaal van zijn Brusselse paraplu: hij ging naar een balletopvoering en liet zijn paraplu bij de ingang achter; geheel volgens de regels van het genre was de paraplu na de voorstelling verdwenen, het lukte hem ook niet om een taxi te pakken krijgen. Alle andere toeschouwers waren al vertrokken, een paar paraplus waren blijven liggen, niemand die ernaar omkeek. Hij wilde er een nemen, maar zijn vriendin zei dat dat diefstal zou zijn. Toen belde hij een priester en na de vraag of daar nog andere mensen waren die een paraplu konden gebruiken, kreeg hij officieel de toelating om andermans eigendom te nemen.

De bloem van andermans paraplu klapt zwart boven ons hoofd open.

Alles wordt dubbel.

Weldra ben ik weer onderweg.

 

Ik denk dat ik nog enige tijd hier zal zijn, met mijn hoofd in Brussel. Hier zal de naam van de raaf achterblijven. Dat is erg belangrijk: jouw namen blijven bewaren.

 

Anna Gruver, Brussel, 13 oktober 2026

Anna Gruver is een Oekraïense schrijfster, dichteres, essayiste en literair vertaalster, die in Kyiv en Krakau woont. Ze is lid van PEN Oekraïne en werd geboren in Donetsk, waar ze tot haar zeventiende woonde. Toen de grootschalige invasie begon, woonde Anna in Charkiv.

Ze schreef de romans Її порожні місця, 2022 (“Haar lege plekken”), en Нерухомість, 2025 (“Onroerend goed”), die beide op de shortlist stonden van het Oekraïense PEN-centrum, “Het beste Oekraïense proza: Chytomo Picks 2025”, en van Ukrinform. In 2019 publiceerde ze de dichtbundel За вашим запитом нічого не знайдено (“Op uw verzoek werd niets gevonden”). Haar gedichten zijn vertaald in verschillende talen, waaronder het Engels, Frans, Duits, Pools, Tsjechisch en Ests.

Bij Harvard University Press verschijnt volgend jaar Ali Kinsella’s Engelse vertaling van Anna’s tweede roman met de titel Immovable Objects. De oorspronkelijke Oekraïense titel doet denken aan ‘onroerend goed’, wat ook verwijst naar een toestand van emotionele verstarring. In haar nieuwste roman zet Gruver haar verkenning van het geheugen in moeilijke historische periodes voort, waarbij ze zich nog intensiever richt op de ervaring van emigratie — een onderwerp dat de voorbije jaren bijzonder veel weerklank heeft gevonden bij Oekraïners.

foto © Halyna Zvarych
Anna Gruver
15.10.2026