in (trein)residentie: now where

Ellis Meeusen
30.03.2022
Auteurstekst
TRAI Nellis1

Voor Europalia "Trains & Tracks" lieten we twee Belgische auteurs bij wijze van mobiele residentie een verre treinreis maken. Door Europa, en elk een heel andere kant op. De tweede auteur die ons (na Aïko Solovkine) laat meelezen in haar reisdagboek is Ellis Meeusen. Zij spoorde van Brussel naar Turijn, dan naar Madrid, en keerde terug naar Brussel via Toulouse.

Eén | Brussel – Turijn

er is de zon die opkomt

er is een landschap dat langzaam frankrijk wordt

er is een man die naar de treinbar gaat

terugkomt met granenrepen, yoghurt en éénpersoonsflesjes wijn

voor het ontbijt

er is een stad, uitwaaierende huizen, vlaktes, uitwaaierende huizen, en dan weer een stad

en dat is er telkens opnieuw

er zijn bergen

er is een meer aan de andere kant

er is een meer aan mijn kant

er is weer een meer aan de andere kant

er zijn bergen met sneeuw aan de andere kant

er is het idee dat ik misschien aan de andere kant had moeten gaan zitten

er is het idee dat als je de plek aan het raam hebt

je dan ook wel naar buiten moet kijken

er is een groepje tieners

drie jongens en een meisje

die zuchten dat het zo jammer is dat ze met de trein moeten gaan

maar ja

de enige met een rijbewijs

is dat een maand kwijt

het meisje dommelt in

op de schouder van de jongen naast haar

niet die met het rijbewijs

of die met het rijbewijs zonder het rijbewijs

en dan zuchten ze nog eens hoe jammer het is

van dat rijbewijs

maar dat hij gelukkig wel zijn wapenvergunning terugheeft

het meisje wordt wakker

en zucht

ah een regenboog

er zijn veel tunnels

en plots

is er turijn

Twee | Turijn

er is de portier van het appartementsgebouw

die zijn gestreepte trui zo over zijn stoel laat hangen

dat het altijd even lijkt alsof hij er wél is

als hij weg is

er is een uitzichtpunt

vanwaar de hele stad uit schoorstenen en dakkapellen lijkt te bestaan

met de alpen die weerspiegelen in het water van de po

de straten in strak rasterpatroon

er is een kerkhof

met graven

in even rechte rijen

dan de straten

en grafhuisjes met sterrenhemels

en vakantiefoto’s

er is een vrouw die zegt dat ze houdt van de kerkhoven in parijs

die zo groot zijn

dat je er ongemerkt zou kunnen sterven

er zijn altijd de alpen

op de achtergrond van de stad

er zijn kilometerslange galerijen

voor een prinses ooit die niet van regen hield

er is een vrouw in een lentegroen jasje

die knikt naar een stoel aan mijn tafel

ja knik ik terug

die is vrij

ze zet zich bij mij

ik schuif mijn boek aan de kant

neem nog een slok van de al bicerin voor me

een koffie met chocolade en melkschuim

waar je in geen geval in mag roeren

only drink

had de serveuse me streng toegesproken

de vrouw in de lentegroene jas

opent haar mond

en sluit hem weer

ik glimlach

we bedenken allebei welke vraag we eerst zullen stellen

of we gerelateerd zijn?

de serveuse

nee knikken we

gewoon –

nee dan mag het niet

ook niet buiten

ook niet op een meter

de vrouw met de lentegroene jas staat weer op

we bedenken allebei hoe we hadden kunnen zeggen

dat ze mijn moeder was

er is een concertzaal

een man zingt la vita nuova van dante alighieri

er is een zaalwachter die in een moment van onoplettendheid

tijdens de liefdesverklaring aan beatrice

vergeet zijn geluid uit te zetten

zodat de hele zaal hoort

hoe weston mckennie

in de tachtigste minuut

twee-één maakt voor juventus

maar daarmee de wedstrijd tegen hellas verona

niet meer kan redden

er is een restaurant

door een kanten gordijn aan het zicht onttrokken

waarover de ober zegt

dat het het oudste van de stad is

waar ik drie avonden op rij mijn boek ga lezen

en elke avond komt de ober zuchten

hoeveel liever hij zíjn boek zou lezen

een thriller

waar hij altijd maar te weinig tijd voor heeft

ik lees tot iedereen naar huis is

en de ober – rody – vraagt of hij bij mij mag komen zitten

om in gezelschap zijn ragout op te eten

en over argentinië te vertellen

dat hij achtenveertig jaar geleden

verliet voor italië

om foto’s te tonen van de watervallen

vlakbij het huis waar hij opgroeide

waarbij het heldere water van de stilstaande waterval

weerspiegelt in zijn ogen

en dat het gemis wel meevalt

dat turijn zijn thuis is

dat er skype is nu en smartphones

en dat hij één keer per maand zijn moeder belt

er is een kerk

waar de priester zacht fluisterend zijn teksten memoriseert

er is een kerk waar een vrouw de microfoon van het spreekgestoelte schoonmaakt

wat als een donderpreek heel luid door de boxen galmt

er is de basilica di superga op de heuvels op de andere oever

met in de schaduw van de kerk

een gedenkplaat voor de spelers en trainers

van de grande torino die

op verdediger sauro tomà

geblesseerde meniscus

en voorzitter ferruccio novo

griep

na

in 1949 in het vliegtuig zaten

dat in de dichte mist op de superga heuvel crashte

waardoor turijn haar voetbalploeg kwijt was

en de moeder van dino en aldo ballarin

vier jaar na de oorlog

alsnog haar beide zoons

er is een kerk

waar de geluidsband van een mis opstaat

er is de ober – rody – die zegt

dat ik moet stoppen met naar kerken te gaan

want dat het altijd gewoon opnieuw una chiesa is

dat ik in mijn laatste dag

maar naar milaan moet gaan

dat heb je wel gezien op één dag

er is alessandro – de schrijver – die zegt dat er altijd gidsen opduiken

meestal wanneer je het net niet verwacht

er is een man in de trage trein naar milaan die

zijn mondmasker onder zijn kin

het puntje van zijn tong uit zijn vrijgemaakte mond

horloges herstelt

midden in de coupé

waar hij een vierzit als atelier heeft ingenomen

wat iedereen prima vindt

er is een duomo met een businessplan

er is een carabinieri die uiterst voorzichtig

een boete onder de ruitenwisser van een blinkende lamborghini steekt

en verder heb je milaan in één dag wel gezien

Drie | Turijn-Madrid

er is een jongen van vijf die vraagt

papa, c’est bientôt l’été?

er zijn alpendorpen en sneeuw op de bergen

er is een vrouw die vier uur lang alleen maar leest over cellen

en een presentatie voorbereidt over koortsstuipen bij kinderen

er zijn twee mannen

die een conversatie voeren in het italiaans, frans

en de engels versie van beide talen

tot één van de twee afstapt in chambéry

en de ander bedankt

pour le compagnonnage

er is het idee dat alleen onderweg zijn

iets anders is

dan alleen ergens zijn

er is een man die agressief spelletjes speelt op zijn telefoon

waarbij hij zwaar zucht en zijn polsen regelmatig knakt

er is een vrouw met haar kat

die graag lijkt te reizen

de kat

er is zuid-frankrijk

er zijn de pyreneeën

er is een papa met een dochter die lucie heet

die de hele rit voorziet van ondertiteling

de dochter

la vache

des moutons

un cheval

une montagne

of une colline

of misschien toch une montagne

er is een vader die zijn dochter uitlegt

wat het verschil is

tussen une montagne en une colline

er is lourdes

vanaf lourdes is er frans, engels en spaans door elkaar

er is een trein met oortjes om naar muziek te luisteren

die zich vermengt met de spaanse aankondigingen

er is een slaapstand aan de stoelen

die ik meestal te laat ontdek

er is de oceaan

er zijn appelsienen aan de bomen

er is een spaanse grensstad

in de zomer een badplaats

nu verlaten

zelfs het winkelcentrum

daar is alleen een kind

dat voor vijftig eurocent

rondjes draait op een verlicht treintje

er is de route naar compostella

er is een bord met welcome migrants

en in verschillende talen uitgelegd

waar het rode kruis en het stadhuis te vinden zijn

er is geen trein

in de spaanse grensstad

waarvan ik al achtenveertig uur denk

dat het er inderdaad niet uitziet

alsof daar een trein naar madrid zou rijden

er is een station

er is geen loket

er is geen koffiebar

geen toilet

geen broodjeszaak

en geen enkele aankondiging

van een rechtstreekse trein naar madrid

er is een man

met een fluorescerende jas

die si si zegt als ik vraag of ik in het engels iets mag vragen

die in vloeiend spaans antwoordt op mijn engelse vraag

en uiteindelijk zegt dat er een vrouw komt

a woman

die iets weet

over de trein naar madrid

die op mijn ticket staat aangegeven

er komt een vrouw

met een briefje in het spaans

dat op de achterkant door google translate is gehaald

to go to san sebastian

change train

take the platform two

at the time four thirty-three

de vrouw verdwijnt met het briefje

er is het station van san sebastian waar alle klokken een ander uur aanduiden

en geen enkele het juiste

en daar

is een trein naar madrid

Vier | Madrid

er is een tacobar

waar ze om de twee nummers

amy winehouse spelen

er is man in super mario-pak

op een bank in het retiropark

die met het mariohoofd op zijn schoot

teken doet dat de gigantische panda naast hem

slaapt

er is een vrouw die een groep toeristen door de stad gidst

en veel minder enthousiast is dan de woorden die ze gebruikt

er zijn tweedehandsboekenwinkels

waar het rek

spaanse klassiekers

steeds voor achtennegentig procent uit exemplaren van don quichot bestaat

er is een vrouw die vraagt of ik russische ben

ik vraag of ik er russisch uitzie

ja het zou kunnen

zegt ze

dat ik een gezicht heb dat van veel landen zou kunnen zijn

of nee toch niet

van dat russisch

zegt ze

daarvoor loop ik niet recht genoeg

en ze tikt even op mijn bovenrug

ze vraagt waar ik naartoe ga

ik zeg dat ik op weg ben naar het reina sofia museum

ze vraagt of ze mee mag

ik zeg dat het museum niet van mij is

dus natuurlijk

mag ze mee

onderweg vraag ik of zij russische is

ja

zegt zij – inga

geboren in sint-petersburg

maar al achttien jaar in madrid

zowat jouw leven

zegt ze

ik vraag of ik er achttien uitzie

het zou kunnen

zegt ze

behalve als je praat

dan lijk je ouder

ze vraagt waar ik geboren ben

antwerpen zeg ik

rubens

knikt ze

en daarna dat ze kunst studeerde

en nu russische toeristen gidst

in het prado

maar dat er al twee jaar geen toeristen komen

en daar stopt haar verhaal

inga vraagt of ik van picasso hou

want dat er anders aan het reina sofia maar weinig aan is

ik zeg dat ik guernica graag wil zien

goed

zegt ze

waarna ze me aan een moordend tempo door het museum loodst

zodat we vijf minuten later

recht voor het bombardement op guernica staan

wauw zeg ik

ik hou niet zo van picasso

zegt zij

maar dit schilderij is wel oké

oh en je mag geen foto’s nemen

slim gezien

want iedereen koopt dan toch een kaartje in de museumshop

terwijl ik naar de huilende vrouw met de zakdoek kijk

zegt ze dag

en verdwijnt ze weer

naar huis

zegt ze

maar het voelt alsof ze eigenlijk al achttien jaar

niet naar huis gaat

en al twee jaar probeert om overdag toch nog een stukje thuis te vinden

er is een museumshop

waar ik een kaartje van de guernica koop

er is het prado

dat zo gigantisch groot is

dat je er eigenlijk ook niet echt iets van moet vinden

het is al het prado

er is het palacio cristal

waar planten van over de hele wereld

ondergebracht zijn

er is de hammam met een kraantje waar muntthee uitkomt

en waar je de tram onderdoor voelt denderen als je in het water drijft

er is de terugtocht

Vijf | Madrid - Brussel

er is een jongen die partituren van bach instudeert met zijn ogen dicht

er is een man die vergelijkt welke faux gras de beste keuze is voor kerst

er is een kindje dat filmpjes kijkt op een tablet

met steeds een andere versie van broeder jacob eronder gemonteerd

er is het gesprek tussen de moeder van het kindje en een engelstalig koppel

over welke plaatsen van wie zijn

dat verloren gaat in de taal

er is een man die zoekt welke bachbloesems het beste werken om rustig te worden

er is een meer tussen perpignan en narbonne

vol roze flamingo’s

er is een oude man die drie keer naar de conducteur schuifelt

of ze toch zeker in narbonne stoppen

want daar moet hij zijn

en er is de dochter van de man die drie keer zachtjes bedankt voor het geduld

er is een laatste stop

er is toulouse

een stad die leeft aan haar oevers

met huizen in pastel

er is een bordje in toch weer een kerk met

wat te doen bij een terroristische aanslag

  • weglopen
  • je verstoppen

er is een bar met een man

waarvan de barman weet wat hij drinkt

die in weinig woorden vertelt

dat hij één van de beste violisten van servië is

en na veel omzwervingen

bij het nationaal orkest van toulouse terecht kwam

die me bij vertrek zijn kaartje toeschuift

waar niet meer opstaat dan

miroslav, violoniste

er zijn led-lampen aan de oever van de garonne

die de zin

going from nowhere

coming from nowhere

in het water doen weerspiegelen

en ik ben er

die achtenveertig uur loop na te denken

wat dat nu precies betekent

voor mezelf

voor rody, alessandro, inga en miroslav

er zijn de led-lampen aan de garonne

waarvan op de laatste dag

het woord coming gaat flikkeren

zodat er

in het echt

en in het spiegelbeeld

going from nowhere

from nowhere

staat

er zijn de led-lampen

aan de garonne

waarvan ik me voorstel dat de woorden één voor één uitvallen

going from nowhere

nowhere

going from nowhere

going nowhere

nowhere

now

here

Ellis Meeusen (1993) studeerde af aan LUCA Drama als speler-maker en schrijver. Ze speelde o.a. bij Bloet/Jan Decorte en Sigrid Vinks, Het nieuwstedelijk en collectief NOK. Als schrijfster publiceerde ze proza in Das Magazin, poëzie in de klimaatdichtbundel Zwemlessen voor later en theater bij De Nieuwe Toneelbibliotheek. Haar eerste theatertekst Faren werd uitgegeven in de reeks ‘Tien Nieuwe Vlaamse’ en in de vakpers erg lovend onthaald. In 2020 ging ze voor deBuren op schrijfresidentie naar Parijs en in 2021 reisde ze een maand door Europa met de trein voor Passa Porta en Europalia. Voor Het nieuwstedelijk schreef ze de monoloog Ik bel in verband, momenteel werkt ze aan een theatertekst voor fABULEUS. Als docent was ze al verbonden aan Wisper, TRILL en Kunsthumaniora Lemmensinstituut, en sinds 2021 ook als docent schrijven aan LUCA School of Arts.

Ellis Meeusen
30.03.2022