you've got mail - peter terrin en peter stamm schrijven brieven (slot)
Het zal helaas nog even duren alvorens Belgische en buitenlandse auteurs elkaar weer in den lijve kunnen treffen in Passa Porta. In afwachting daarvan nodigden we een paar Europese auteurs uit om de dialoog per open brief aan te gaan.
Hier lees je het voorlopige slot van de correspondentie tussen de Vlaamse auteur Peter Terrin en zijn Zwitserse collega Peter Stamm, een briefgesprek over het verlangen naar onzichtbaarheid, over het persoonlijke en het gemeenschappelijke, en over artistieke verantwoordelijkheid. De eerste twee afleveringen kun je onderaan terugvinden.
-
Winterthur, 26 februari 2021
Beste Peter,
In onze laatste mails ontdekten we een aantal overeenkomsten tussen ons, maar op één punt zijn we totaal verschillend. Als ik de eerste exemplaren van een nieuwe roman ontvang ben ik weliswaar blij, maar ze hebben voor mij geen bijzondere betekenis en roepen geen hevige emoties op. (Mijn Engelse uitgeefster heeft echter de roerende gewoonte mij het eerste boek altijd in cadeauverpakking toe te sturen, wat me altijd het gevoel geeft jarig te zijn). Ik zet één exemplaar op de plank waar al mijn boeken en vertalingen staan en begin de rest uit te delen aan mijn familie, een paar bevriende buren en aan vrienden die verder weg wonen, die ik een exemplaar met opdracht toestuur. Exemplaren die dan eventueel nog over zijn, zet ik in de kast in de gang naast mijn werkkamer, waarna ik weer aan de slag ga.
Dit klinkt misschien zeer prozaïsch. Misschien houd ik het meest van mijn boeken als ze nog niet af zijn en nog veranderd kunnen worden. Publicatie betekent dan wel de geboorte van het boek voor het publiek, maar voor mij... Ik zal niet zeggen dat het voor mij sterft, maar eigenlijk interesseert het me niet meer. Het moet nieuwe vrienden vinden, lezers die het oppakken en er tijd aan spenderen. Ik kan het wel een duwtje geven door ermee op stap te gaan, erover te praten en eruit voor te lezen, ook dat deel van mijn werk vind ik leuk, maar helemaal serieus kan ik het niet nemen.
Jonge auteurs heb ik vaak de tip gegeven om tegenover het literatuurbedrijf een houding aan te nemen die te omschrijven valt als ‘I don’t give a shit’. Je moet weliswaar beleefd zijn en toegankelijk en stipt en bescheiden, maar dat allemaal niet te serieus nemen en daar tijdens het schrijven vooral niet aan denken.
Schrijven is schrijven, het boek is het boek, en de markt is de markt.
Of ik dat boek zonder personages ooit zal schrijven, weet ik niet. Misschien heeft iedere schrijver behoefte aan een boek dat hij nooit zal schrijven, als een soort vage aandrang om door te blijven gaan zonder ooit aan te komen. Zoals we ook behoefte hebben aan boeken die we altijd willen lezen zonder dat ooit te doen, aan bergen die we nooit beklimmen, droomreizen die we nooit maken, minnaars of minnaressen die we nooit ontmoeten.
Ik heb gisteren mijn nieuwe roman naar mijn redacteur gestuurd, hij moet in augustus verschijnen. Vaak heb ik het gevoel dat ik mijn boeken pas begin te begrijpen als ik ze af heb, en dan wil ik alles weer veranderen, aanvullen, uitdiepen, of helemaal opnieuw beginnen. Maar meestal doe ik dat niet, ik lever het boek af zoals het is.
Misschien wil ik mijn boeken eigenlijk niet voltooien omdat ik altijd al bang was voor hun einde, voor de dood nog het minst. Eigenlijk is het een truc: een boek dat niet af is, kan nooit helemaal worden uitgelezen, dus blijft er altijd een belofte hangen, zoals in de laatste zin van mijn nieuwe roman, die ik je zal verklappen zonder iets te prijs te geven: ‘Als je heel goed kijkt, voorvoel je misschien dat er nog iets in het verschiet ligt.’
Laten we hopen dat de wereld onze boeken verwelkomt en goed voor ze is. Wij hebben gedaan wat we konden. En laten we hopen dat er voor ons allebei nog iets in het verschiet ligt, nog heel veel in het verschiet ligt.
Veel geluk met het schrijven, lezen en leven.
Hartelijk,
Peter
Vertaald uit het Duits door Els Snick
Herzele, 9 maart 2021
Beste Peter,
Ik bewonder jouw stoïcijnse houding. Telkens wanneer een roman van mij verschijnt neem ik me voor precies deze houding aan te nemen, te doen alsof het boek al niet meer van mij is. Alsof ik een toeschouwer ben. Dat lukt me maar gedeeltelijk. De voorbije weken waren een nerveuze tijd, met slechte nachtrust. Niet dat Al het blauw vijandig is ontvangen. Integendeel, het is door zowat elke recensent omarmd, ik heb tal van interviews gegeven. Kort na verschijning legde de uitgever een tweede druk op.
'Schrijven is schrijven, de markt is de markt.’ Uiteraard treed ik je hierin bij, ook ik houd beide werelden gescheiden, strikter dan veel van mijn collega’s. Maar er bestaat voor mij een schemerzone kort na publicatie. De algemene opwinding, de verbazing over de eerste reacties, die telkens weer een nieuwe, onvermoede kant van de pasgeborene belichten en mij aan het denken zetten, maar vooral de ontwrichting om in die periode uitsluitend als een publieke schrijver te bestaan, niet in staat om te werken aan het verhaal dat je plompverloren in de steek hebt gelaten.
In het holst van de nacht liggen luisteren naar verre geluiden en bedenken dat je mogelijk een bedrieger bent, dat je onnoemelijk veel geluk hebt gehad, en dat het nu allicht voorgoed voorbij is.
Gelukkig ligt die schemerzone vandaag achter me. Ik heb gedaan wat ik kon. In mijn werkkamer kijk ik alleen maar vooruit, dankbaar dat de nieuwe personages geduldig op me gewacht hebben en me niets kwalijk nemen. Ik schrijf weer, zodat ik kan vergeten dat ik een schrijver ben. Ja, dat is een onnoemelijk geluk.
Ik wens je nieuwe boek een goede vaart. Ik hoop op een snelle vertaling, en dat we elkaar op een mooie dag in de nabije toekomst mogen ontmoeten en zonder mondmasker ons gesprek verder kunnen zetten.
Alle goeds,
Peter
Magazine Passa Porta
you've got mail - peter terrin en peter stamm schrijven brieven (deel twee)